Een vergeetachtige overheid die wilt innoveren, o jee…

Big data, open data, informatiegestuurd werken, zaakgericht werken, smart cities, block chain… In de dagelijkse praktijk van de informatieprofessional zijn dit de buzz words die ook in 2017 zullen rondzoemen. Nieuwe termen rollen over elkaar heen en schreeuwen om aandacht. In nieuwe beleidsplannen komen deze termen in toenemende mate terug; innovation makes the world go round!


Niet dat ik tegen innovatie ben, hoor. Integendeel. Innovatie binnen de overheid is juist nodig om vooruit te komen en dient als onmisbaar tegenwicht ten opzichte van de almaar ingewikkelder wordende problemen waar de overheid zich voor gesteld ziet. Of uitdagingen, zo u wilt. Juist in een maatschappij die steeds complexer wordt en die steeds minder maakbaar lijkt, is het belangrijk om oplossingen te bedenken die simpel zijn en die er juist voor zorgen dat de maatschappij een stukje minder complex wordt. Ik zie dat als een belangrijke opdracht voor die ene overheid.

Bezint eer ge begint

Iedereen kent wel zo’n figuur waarvan de handen feilloos datgene doen wat zijn brein heeft bedacht. Wat zijn ogen zien, kunnen zijn handen maken. Helaas behoor ik zelf niet tot die groep uitverkorenen. Het zweet breekt me al uit bij het zien van een gemiddelde IKEA -handleiding en in mijn vrije tijd ben ik met van alles bezig, behalve met klussen in huis. Een typisch geval van twee linkerhanden en een gebrek aan (technisch) inzicht. Ik ben dan ook een schoenmaker die zich keurig bij zijn leest houdt. Voor doe-het-zelven heb je een inmiddels immens grote populatie klusjes-zzp-ers die mij voor een schappelijk bedrag ontzorgen en behoeden voor fiasco’s. Op microniveau trouwens een mooi voorbeeld hoe je voor een complex probleem (twee linkerhanden) een simpele oplossing kunt vinden (de klusjes-zzp-er).



De overheid is in mijn beleving binnen de informatievoorziening als schoenmaker bij de verkeerde leest terecht gekomen. In het eerste decennium van deze eeuw is de overheid voortvarend begonnen met het verbeteren van enkele essentiële overheidsregistraties, door ze tot basisregistratie te verheffen en het gebruik ervan wettelijk verplicht te stellen. Al snel werd daarbij gesteld, dat die basisregistraties een onderling samenhangend geheel van overheidsgegevens moesten gaan vormen. En dat geheel zou zich via een aantal generieke voorzieningen (Digikoppeling, Digilevering, Digimelding en de Stelselcatalogus) overheidsbreed tot een stelsel gaan ontwikkelen. In die tijd een innovatieve gedachte, die met behulp van figuren met twee rechterhanden werkelijkheid moest worden.


De gemeenten zouden hiervan het meest gaan profiteren, want deze “sector” is voor zijn pluriforme gegevenshuishouding op onderdelen afhankelijk van de kwaliteit van gegevens die het vanuit overheidsketens (bijv. Suwi) aangeboden krijgt. Het interne instrumentarium voor gegevensdistributie (zoals de Makelaarssuite en Key2Datadistributie) zou dan naadloos aansluiten bij de koppelingen met landelijke en sectorale gegevensbronnen en -ketens. Helaas ziet de wereld er anno 2016 nog steeds niet zo perfect uit. De vraag rijst waarom de overheid – en in het bijzonder de gemeenten - zoveel tijd nodig heeft om de gegevenshuishouding op orde te krijgen?

Focus

Ik concludeer dat dit komt door de verschuiving van de focus van de overheid. Ik merk het in de gemeente, ik zie het bij andere overheidsorganisaties en ook de Digicommissaris handelt hierin bevestigend. Het lijkt er op, dat de overheid “vergeten” is, dat het jaren geleden aan de bouw van een stelsel van overheidsgegevens is begonnen. In de vaart der volkeren dreigt de aandacht voor die bouwklus te moeten gaan concurreren met innovatiedrang. Innovatie is tenslotte ook sexy-er dan de taaie en robuuste materie van het stelsel van overheidsgegevens. En het heeft veel sneller de bestuurlijke aandacht, want innovatie is veel meer gericht op direct aantoonbaar nut en meerwaarde voor de maatschappij. En dus zijn de informatieprofessionals druk met open-data-hubs, datawarehouses met behulp van wizzkids van hogescholen en universiteiten.


Noem me een roepende in de woestijn met een blauw karakter of een remmer in vaste dienst. Ik roep nu eenmaal graag in herinnering dat de overheid nog heel veel klussen op de “backlog” heeft staan, die nodig zijn om de bouw van het stelsel van overheidsgegevens te kunnen afronden. Natuurlijk wordt er volop gewerkt aan het stelsel, maar het tempo ligt (te) laag en de focus – ook de financiële - lijkt verlegd te worden. Om de vraag naar basisgegevens goed te kunnen beantwoorden, moet het aanbod op orde zijn. Het zijn diezelfde informatieprofessionals die hun aandacht aan de vraag moeten schenken, terwijl de bouw van het stelsel nog gaande is. Dat knelt.


Geheugensteun

De overheid doet er goed aan om de basisregistraties die hun plek in het stelsel nog onvoldoende hebben bezet, zoals de Basisregistratie Ondergrond en de Basisregistratie Lonen, Arbeids- en Uitkeringsverhoudingen, met hernieuwde focus aan te pakken. Ook het gebruik van de stelselvoorzieningen, zoals Digimelding, dient overheidsbreed opgepakt te worden. Het blijft toch bijzonder, dat de beheerder van de Basisregistratie Grootschalige Topografie vol trots een aparte terugmeldvoorziening presenteert, terwijl de Digimelding Portal en webservice in potentie voor terugmelden op iedere basisregistratie geschikt zou moeten (kunnen) zijn. En zo signaleer ik nog wel meer ontwikkelingen, die mij het idee geven, dat de overheid zijn bouwopdracht voor het stelsel van overheidsgegevens aan het vergeten is. Ik heb geprobeerd hierboven aan te geven, dat dit vooral het gevolg is van het verleggen van de focus.


Uiteindelijk zal een half afgebouwd bouwwerk van nul en generlei waarde zijn voor het beoogde gebruik. De stelselvoorzieningen zullen maar mondjesmaat gebruikt gaan worden, de kwaliteit van de basisregistraties zelf en tussen de basisregistraties onderling zal blijvend een zorgenkind van de overheid zijn. Het bestuur en de politiek, die nu de buzz words bezigen en de informatieprofessional oproepen om daarmee pilots, PoC’s en koploperactiviteiten te ontplooien, is in no-time in staat om bij de eerste de beste twijfel over de kwaliteit van de basisregistraties met de vinger te wijzen naar diezelfde informatieprofessional.


Ik roep de overheid op om af te maken waarmee het begonnen is. De overheid heeft geen twee linkerhanden, want anders had zij nooit aan die bouwklus moeten beginnen. Het leek me goed om de in vergetelheid geraakte bouw van het stelsel van overheidsgegevens weer even op de kaart te zetten. Want innovatie is zinloos als de basis hiervoor niet op orde is.

+++++++++++++++++

Dit is de eerste blog van Patrick Koek, zelfstandig publiek professional en eigenaar van Patrick Koek Advies.

Over de schrijver: Patrick (1970) heeft het werken met basisgegevens als rode draad door zijn carrière lopen. Eind jaren tachtig begonnen als jongste bediende aan het loket van de afdeling “Bevolking” is hij ruim 25 jaar later actief als senior adviseur informatiemanagement bij een grote gemeente. Daarnaast adviseert hij als zpp-er andere overheden op het gebied van gegevensmanagement, basisregistraties en daaraan gerelateerde organisatieontwikkeling. Patrick heeft mede aan de wieg gestaan van het NORA-katern Tactisch Gegevensmanagement van KING en is gespecialiseerd in de tactisch en strategische aspecten rond de vorming en het gebruik van het stelsel van overheidsgegevens. Patrick is momenteel parttime (8-12 u/w) beschikbaar als adviseur/projectleider. Kijk op www.patrickkoek.nl voor meer informatie.

Recent Posts
Archive
Search By Tags